Inleiding voor de ontmoeting tussen Congolezen en Rwandezen op 14 juni 2003 te Amsterdam

(Noot van de redactie van Congo-Ned: De ontmoeting vond plaats in het kader van activiteiten om tussen Congolezen en Rwandezen in Nederland meer onderling begrip te bewerkstelligen en werd georganiseerd door Congo-Ned in samenwerking met de Congolese organisatie Lisanga en de Rwandese organisatie RDR. Onderstaand betoog werd ter gelegenheid ervan gehouden door Yesu Kitenge van Lisanga. )

In deze inleiding voor de ontmoeting tussen Congolezen en Rwandezen zal er antwoord worden gegevens op drie vragen, te weten "wat hebben wij in DR Congo?", "hoe heeft Rwanda Congo kunnen aanvallen?" en "waarom pleegt Rwanda invasie in Congo?".

Na de beantwoording van deze drie vragen zal een voorstel van oplossingen worden gepresenteerd.

Wat hebben wij in DR Congo?

Wij zijn vandaag bijeengekomen omdat er een oorlog in DR Congo is en Rwanda daarbij helaas direct betrokken is. Bij deze oorlog is niet alleen Rwanda direct betrokken maar ook Oeganda en Burundi. Wij gaan vandaag de directe betrokkenheid van Rwanda bespreken, niet omdat Rwanda slechter is dan de anderen, ook niet omdat de directe betrokkenheid van de anderen minder belangrijk is, maar omdat het ons vandaag gelukt is Congolezen en Rwandezen bij elkaar te krijgen. Het is ook niet toevallig dat wij ervoor hebben gekozen om met Rwandezen te praten. De belangrijkste reden is de sterke verschuiving van het Rwandese conflict in Congo. Dat is ook terug te zien in het bekende conflict tussen Lendu's en Hema's in het Oosten van Congo. Dit conflict blijkt van etnische aard te zijn, maar het is toch politiek. De politieke machthebbers gebruiken hier de etniciteit voor hun eigen doeleinden.

De bij de oorlog in Congo direct betrokken landen gebruiken ůf de politieke ontevredenheid van een kleine groep Congolese politici oftewel de etniciteit in Congo om aanvallen in Congo te plegen. Het gaat in Congo niet om een burgeroorlog, ook niet om een gerechtwaardigde aanval van Rwanda om zich te verdedigen tegen aanvallen vanuit Congo, maar het gaat toch om een pure invasie door Rwanda.

Nu wij weten wat er zich in Congo afspeelt, gaan wij meteen het hoe en waarom van deze invasie bespreken.

Hoe heeft Rwanda Congo kunnen aanvallen?

Door het gebruikmaken van de politieke ontevredenheid van een kleine groep Congolese politici is het Rwanda gelukt een paar groeperingen van enkele Congolese poppetjes te krijgen, die direct onder het bevel van Kigali fungeren. Het Rwandese leger opereert direct in het Oosten van Congo voor directe belangen van Kigali, wat niets te maken heeft met politieke ontevredenheid van die Congolese poppetjes. Een grote aanwezigheid van het Rwandese leger in Congo wordt sinds circa vijf jaar gesignaleerd. Het Rwandese leger is in het Oosten van Congo zowel in uniform als in burgerkleren om steun te verlenen aan de Congolese rebellen, horen wij soms. Enkele Congolese groeperingen met steun en onder bevel van Kigali zijn RCD en UPC.

Rwanda bezet Congo niet zonder hulp van industriŽle landen die het bezit van wapens door Rwanda mogelijk maken, te weten de westerse landen waaronder Nederland. Deze westerse landen zijn indirect betrokken bij de oorlog in Congo in de zin dat zij niet direct op Congolezen schieten. De betrokkenheid van deze landen beperkt zich niet alleen tot toegang tot het bezit van wapens maar ook voor hun politieke en financiŽle steun aan de huidige macht van Kigali, welke steun miljoenen slachtoffers veroorzaakt. Hier valt te denken aan de Verenigde Staten van Amerika die zo'n steun aan de huidige macht van Rwanda geeft.

Waarom pleegt Rwanda invasie in Congo?

Er zijn drie verklaringen te bedenken waarom Rwanda Congo bezet.

De eerste verklaring heeft te maken met politieke redenen. De huidige macht in Kigali wil niet alleen de machtigste in Rwanda blijven, maar ook in de regio, ten koste van miljoenen slachtoffers in Congo.

De tweede verklaring is van sociaal-etnische aard. Deze sociaal-etnische verklaring sluit zich bij de politieke verklaring aan in de zin dat de huidige macht van Tutsi's de gevluchte Hutu's in het Oosten van Congo door militaire acties heeft gepoogd te verzwakken. Naar de vraag of er een aanwezigheid van Hutu's in Congo is zodanig dat de macht van Kigali wordt bedreigd en daardoor de invasie van Rwanda gerechtvaardigd wordt, krijgen wij misschien een antwoord van de Rwandezen in deze zaal. Wat Congolezen betreft is deze verklaring geen reden om miljoenen Congolese burgers te vermoorden. De steun van Kigali aan Hema's bevestigt dat deze reden alleen maar verwerpelijk is. Deze steun thans heeft geleid tot een tweede Franse interventiemacht in de regio. De eerste Franse interventiemacht is bekend als "Opťration Turquoise".

Ik ben niet volledig gerustgesteld door deze twee verklaringen. Er is nog een andere verklaring, zeker niet onbelangrijker dan de eerste twee. Ja, maar welke? Als de eerste politiek van aard is en de tweede sociaal-etnisch, van welke aard kan de derde en de belangrijkste zijn?

Moet Congo alle grondstoffen verbranden of afstand doen van al die grondstoffen om te voorkomen dat burgers slachtoffers worden van slachtingen? Oftewel moet Congo het Oosten opgeven ten bate van de huidige macht van Kigali die kent alleen maar mensen met machtszucht, hebzucht en moordzucht? Of moet de prachtige technologie van de mobiele telefonie stopgezet worden om mij volledig gerust te stellen? Hierbij is niet alleen Rwanda betrokken, maar ook het Westen. Ik heb de derde en belangrijkste verklaring binnen. Het gaat om economische redenen, ongetwijfeld.

Voorstel tot oplossingen

Dit voorstel tot oplossingen wordt gepresenteerd als richtlijnen om uitkomst te bieden aan de hier besproken problematiek. Men is vrij om hiervan af te wijken, maar niet zonder goede argumenten.

Deze oplossingen zijn van militaire, sociale, economische en politieke aard.

Een onvoorwaardelijke terugtrekking van Rwanda uit Congolese gebieden kan zonder meer een uitkomst bieden aan deze problematiek. Zo'n oplossing van militaire aard is conditio sine qua non voor de vrede in Congo. Alleen op die manier kan de soevereiniteit van Congo gehonoreerd worden.

Op sociaal niveau moet een verzoeningsproces op gang komen om ervoor te zorgen dat sociaal-etnische conflicten zowel in het Oosten van Congo als in Rwanda gepasseerd station worden. Een oplossing van sociale aard kan ook voorkomen dat mensen gemanipuleerd worden door minder goede politieke leiders.

Een oplossing van economische aard is iets dat goed geregeld moet worden en regionaal en internationaal geaccepteerd moet worden. Hier valt te denken aan goede regels en afspraken voor de exploitatie en handel van grondstoffen in de regio. De exclusiviteit van de export van de grondstoffen voor de landen waar die grondstoffen vandaan komen en het laten profiteren van de handel van die grondstoffen door de locale bevolking zijn er voorbeelden van. Ook internationale financiŽle steun moet gebaseerd zijn op fatsoenlijke afspraken. Een regering die betrokken is bij een oorlog krijgt geen steun. En de zogenaamde ontwikkelingshulp moet bij de locale bevolking terechtkomen via maatschappelijke organisaties, om een voorbeeld te noemen. Een transparant proces van monitoring moet een voorwaarde zijn voor het verstrekken van zo'n hulp.

Een oplossing van politieke aard is het belangrijkst. Deze kan ervoor zorgen dat de hier eerdere besproken oplossingen worden bereikt. De politiek in de regio moet een andere koers gaan varen, die van tolerantie en meer participatie, om het woord democratie te vermijden. Dit kan ervoor zorgen dat het misbruik door enkelen dankzij politieke ontevredenheid enerzijds en uitsluiting van velen door machtszucht en op sociaal-etnische gronden anderzijds worden tenietgedaan.

Om het voorgaande samen te vatten, er kan benadrukt worden dat de oplossingen regionaal van aard zijn.

Drs. Yesu Kitenge II
Voorzitter van Lisanga CSP